donderdag 20 september 2007

Bedremmeld begonnen bezoek


York – Op woensdag reden we naar York. Om de Minster te zien. Deze kathedraal is de grootste gotische kerk van Noord-Europa en bezit bovendien de grootste collectie middeleeuwse glas-in-lood ramen van Groot-Brittannië. De kerk staat centraal in de stad. Voordat we de kerk bereikten spraken we met enkele politiemensen die een stand hadden ingericht op de markt. De mensen konden hier hun fiets laten graveren. William, een van de Britse dienders, kwam vaak in Nederland. Hij bezocht Delft ook een aantal keren. In het gesprekje dat we hadden, zei hij: “Delft en York lijken op elkaar. Beide stadjes hebben hun middeleeuwse karakter behouden. Ik vond bij een wandeling door Delft net of ik door een openlucht museum liep”.

The Sambles.

Hij heeft gelijk. Dat is precies het gevoel dat je ook in York krijgt. Straten met vakwerkhuizen die allemaal goed onderhouden zijn. In de beroemde straat ‘the Shambles’ staan ze zelfs allemaal onder toezicht van monumentenzorg.
Bij het bezoek aan de kathedraal had ik het even moeilijk. Corien vroeg aan de caissière of we in aanmerking kwamen voor seniorenkorting. De vrouw keek ons groepje aan en knikte toe. Pieter Jan en ik kwamen in aanmerking voor die korting. Triomfantelijk schreden onze dames de kerk in. Pieter Jan en ik kwamen er wat bedremmeld achteraan.

Het middenschip van de minster.

Het bezoek aan de kerk nam dat gevoel snel weg. De kathedraal kent een lange bouwtijd. Men deed er bijna 250 jaar over. Daarom kunnen we nu heel mooi drie gotische bouwstijlen in een gebouw bewonderen. De dwarsbeuken zijn vroeg Gotisch (early English style), het hoofdschip en het kapittelhuis 14de eeuws en dus hoog gotisch (decorated style) en koor en toren zijn laat gotisch (perpendicular style).

Er is veel te zien en te fotograferen FOTO:Pieter JAN.

Heel mooi zijn de glas-in-lood ramen uit de 12de eeuw, maar indrukwekkendst is het oostvenster uit begin van de 15de eeuw. Het is het grootste glas-in-lood raam ter wereld. Ik hoorde een gids tegen haar groepje zeggen:”Het is net zo groot als een tennisbaan”. Ik vond vooral de diversiteit aan onderwerpen in de afbeeldingen heel boeiend. Natuurlijk bezochten we ook de crypte. Daar zagen we zelfs nog bouwelementen uit de 8ste eeuw. De vroegste tijd van de Minster. Daar zagen we ook een collectie waardevolle sieraden van de kerk.

woensdag 19 september 2007

The world of James Herriot


Thirsk – Ze noemen het hier de North Country, een combinatie van woeste kusten, fascinerende routes, prachtige buitenhuizen en adembenemende kathedralen. Dinsdag brachten wij een bezoek aan het gedeelte dat bekend staat als Herriot Country met als belangrijkste plaats daarin het marktstadje Thirsk. In die plaats was Alf Wight vijftig jaar veearts.

Frans bij de voordeur van veearts Alf Wight alias James Herriot. FOTO:CORIEN

Het is de plaats waar hij de verhalen en romans schreef met veearts James Herriot in de hoofdrol. In zijn boeken heet de plaats Darrowby, maar alles is gebaseerd op zijn eigen leven als veearts in Thirsk. Het huis waarin hij woonde en werkte is nu ingericht als museum. Alles is daarin teruggebracht in de oorspronkelijke staat.

In de behandelkamer van James Herriot.FOTO:CORIEN

Achter het huis zijn bovendien de decors, inclusief de auto van James Herriot, uit de gelijknamige tv-serie te zien. Ook draait er een documentaire waarin acteur Christopher Timothy – James Herriot in de tv-serie – vertelt hoe het de schrijver Alf Wight is vergaan. De man die een eenvoudig leven leidde als veearts. Zeven dagen in de week beschikbaar was voor de boeren en hun vee werd in de herfst van zijn leven wereldberoemd.

Groepsfoto bij de auto vanJames Herriot.

Wij beleefden veel plezier aan ons bezoek aan Thirsk en het James Herriot Centrum.

maandag 17 september 2007

Relaxed en zonnig


Filey – Maandagmorgen vroeg gleden we – Nellie, Pieter Jan, Corien & ik –
aanboord van de King of Scandinavian de haven van Newcastle binnen. We hadden ’s nachts op weg naar Engeland weinig gemerkt van de onrustige zee, de ons de avond daarvoor nog zo verraste. In een wat bleek ochtendzonnetje stonden we aan dek en keken naar de voorbij glijdende wereld.

 We voeren langs the Queen Elizabeth 2.

Terwijl we langzaam naar ons plekje in de haven voeren, gleden we langs het enorme cruise-schip the Queen Elizabeth 2. vanuit een schip dat langszij lag, werd brandstof getankt door het grote schip. Sommige van de 1900 passagiers stonden op het bovenste dek van het grote zeeschip en zwaaiden enthousiast naar ons en onze medepassagiers. Nog nooit kregen we zo’n hartelijk en indrukwekkend welkom. Het water was nu rustig en de zon gaf alles een vrolijke tint. In de zelfde stemming – relaxed en zonnig – reden we van Newcastle naar onze bestemming in Filey in Yorkshire. Een ontspannen begin van ons weekje York e.o.

zondag 16 september 2007

Bij ‘onze’ Willem


Delft – Gistermiddag stelden Benthe en Sietske aan hun ouders voor om een stukje te gaan rijden. Dat vonden papa en mama een goed idee. Maar waar heen?
”Willen jullie klein stukje of een groot stuk rijden?”, vroeg papa.
“Een groot stuk”, besloten de beide dames is koor.
”Dan rijden we naar oma & opa in Delft. We gaan ze een goede reis naar Engeland wensen”, concludeerde mama Saskia daaruit.
Aldus werd besloten en het hele gezin stapten in de auto voor een ritje naar oma & opa in Delft.

Een groepsfoto bij het beeld van ‘onze Willem’ FOTO:SASKIA.

Corien & ik hadden juist geluncht toen de auto ons nageslacht voor onze deur stopte. Een aangename verrassing. Na de begroeting vertelden onze kleindochters dat ze graag een stukje wilde fietsen.
Opa zette daarom vlug voor Karsten en Sietske de kinderzitjes op zijn fiets en Benthe haalde haar ‘eigen’ fiets uit de schuur. In colonne reden we daarop naar de binnenstad.
Als echte toeristen maakten we daar een groepsfoto bij het beeld van ‘onze Willem’. Tegen het eind van de middag keerde het onverwachte bezoek weer terug naar Stiphout.

zaterdag 15 september 2007

Abel is een lekker ventje


Veldhoven – Onze zoon Abel is inmiddels vijf en een halve maand. Hij is goedlachs, vrolijk en blij. Rolt al tijden om van buik naar rug en omgekeerd, dweilt door de box, speelt lekker. Hij pakt van alles vast en soms trekt hij zo hard aan de touwtjes van de speelgoedzak, dat de strik eruit gaat en de zak op de grond beland! De box heb ik al weer lager gezet, want hij richt zich zover op als hij op zijn buik ligt, dat ik bang was dat hij een arm over de boxrand zou doen en zou 'ontsnappen'.


Papa kan me nu ook eten geven!, originally uploaded by Saskia.
Hij heeft enorme lol met z'n zussen en kan dan hardop lachen. En hij heeft deze week zijn eerste hapje gehad. Hij wilde tijdens het toetje al steeds bij ons aan tafel zitten en speelde dan met zijn plastic lepeltje. Ook had hij zich al eens op een waterijsje gestort en op een schijf meloen. Tijd voor het echte werk dus. Een fotoverslag hiervan kun je zien op mijn Flickr-site. Klick daarvoor hier.
Kortom: Abel is een lekker ventje!

Een bijdrage van Saskia

Het voorproefje heet Catherine Zeta-Jones


Delft – Gisteravond zorgde Catherine Zeta-Jones voor het smakelijk voorproefje van onze jazzavond. Nadat we de Britse filmster heerlijke gerechten hadden zien bereiden in de film No Reservations, zette we onze avond voort in DOK. Daar exposeert Delftenaar Henk Bouwer zijn bijzondere verzameling platenhoezen. Hij is maquettebouwer bij het Delftse architectenbureau Mecanoo. In zijn vrije tijd maakt hij als vrij kunstenaar houtreliëfs en verzamelt hij jazzplaten. Zij collectie omvat nu ongeveer 6500 platen – uitsluitend vinyl. Ik had zijn collectie al eerder bekeken en bewonderd, maar vrijdagavond draaide Henk in DOK verzoeknummers uit de geëxposeerde hoezen. Het zijn bijna allemaal zeldzame en uitzonderlijke, maar vooral ook heerlijke jazzopnamen.

Op de expositie hangen veel mooie platenhoezen.

Corien & ik besloten dus om na de film in DOK een drankje te gaan drinken en meteen naar de jazz uit Henks collectie te luisteren. Henk liet me een plaat uitkiezen en terwijl we luisterden naar Dave Brubeck vroeg ik hem hoe hij zoveel platen bij elkaar had verzameld. Zij antwoord was simpel: “Niet trouwen, niet op vakantie gaan en veel geld uitgeven aan platen”. Ik vertelde hem over de eerste Jazz-lp (van Miles Davis) die ik kocht en vroeg of hij ook nog wist welke zijn eerste was. Zonder aarzeling zei hij: “Dat was een plaat van Dave Brubeck en Carmen Mcrae. Ik kocht die lp toen ik uit militaire dienst kwam. Hij kostte 16,50 gulden”. Later op de avond sprak ik met een Delftse platenhandelaar. Die wees me op enkele platen die hier aan een knijpertje tentoongesteld hingen. Hij zou ze zonder aarzeling overnemen voor 250 euro.

vrijdag 14 september 2007

Vloer is top in TOP


Delft – Tijdens de recente Open Monumentendagen brachten Corien & ik ook een bezoek aan het voormalige postkantoor aan de Hippolytusbuurt. Dit opvallende brede pand was oorspronkelijk het woonhuis van de Delftse patriciërsfamilie Van Schuijlenburch. In 1890 is het verbouwd tot postkantoor. Het kreeg toen de kenmerkende natuurstenen ingang. In 1925 en 1957 is het opnieuw verbouwd.
Op handen en voeten zoeken naar je woonhuis.

Inmiddels doet het niet langer dienst als hoofdkantoor van de post. De vooruitgang heeft er voor gezorgd dat het centrum van Delft het nu moet stellen met een kleiner postkantoor. In het pand zit sinds 2006 het Technisch Ontmoetingscentrum ‘TOP’. Er worden tegenwoordig tentoonstellingen gehouden. De tentoonstelling die Corien & ik aantroffen ging over water. De bezoekers op deze Open Monumentendag hadden echter meer oog voor de vloer van de tentoonstellingsruimte. De vloer van de hal is namelijk een hele grote luchtopname van Delft. In plaats van naar de tentoonstellingsborden te kijken, liep iedereen met gebogen hoofd naar bekende plekken in de stad te zoeken.
Onze voeten bij onze woonplek.

Iedereen zocht de Markt, het Prinsenhof, en andere bekende gebouwen in de Prinsenstad. Natuurlijk zocht men ook zijn eigen huis. Voor sommige was het flink zoeken. Men ging soms op handen en voeten over de vloer om de woonplek te ontdekken. Overal hoorde je opgewonden kreetjes als men de plek had gevonden. Ook wij vonden ons huis aan de rand van Delft. Vooral de vloer was erg top in TOP.

donderdag 13 september 2007

Gestrand in Oostenrijk


De Mortel – Wij zijn weer terug van een enerverende vakantie. We wilden dit jaar eens proberen hoe leuk het is om met een camper op reis te gaan. Dus huurden we er een.

Uitzicht op de Rijn.

Het rijden – voorzover hij reed – ging goed en het kamperen ging ook prima. We hebben op twee plaatsen langs de Rijn gekampeerd, in Konigswinter en Koblenz. In de laatste plaats zaten we op enkele tientallen meters van de rivier, op de oever. We genoten daar van een prachtig uitzicht over het water en natuurlijk op de talrijke schepen die voorbij voeren. Het weer was helaas niet zo geweldig, maar het was toch meestal droog.

Onze gehuurde camper.

Onze dochter Marloes zat met haar vriend op een camping in Aschau in Oostenrijk. Vandaar belde zij ons en vroeg of wij zin hadden om daar naar toe te komen. Dat hebben we gedaan en dat hebben we geweten ook. Om te beginnen was het weer daar veel slechter, veel regen en op 1200 meter hoogte lag zelfs sneeuw. Dat was nog niet het ergste. Op de eerste dag dat we in Aschau waren – we hadden gepland om twee dagen te blijven – wilde Piet even wegrijden met de camper om de vuilwatertank te legen. Mooi niet dus. De auto wilde met geen mogelijkheid starten.

 op 1200 meter hoogte lag zelfs sneeuw

Piet probeerde van alles, maar het wilde domweg niet lukken. Om een lang verhaal kort te maken, na verschillende telefoontjes naar de verhuurder, de ANWB, de OMTC en ook nog verschillende ritjes naar een garage, werd de camper na een bezoek van een monteur weggesleept naar die garage. Daar werd vastgesteld dat er iets met de computer kapot was. Er moesten nieuwe onderdelen in. Helaas konden die nieuwe onderdelen pas na een dag of vier a vijf op de plaats van bestemming zijn. Wij konden daar niet op wachten. Onze vakantie was voorbij en we moesten weer naar huis. Al onze spullen uit de camper moesten we in een vervangende auto laden.

De camper wordt weggesleept naar de garage.

Daar zijn we op een donderdagavond mee naar huis gereden. We kwamen de volgende vrijdagmorgen weer aan in De Mortel. We hadden nog het geluk bij een ongeluk dat Marloes ter plaatse was. Zij kon zodoende bij de gestrande caravan blijven.
Al met al een vervelend einde van onze vakantie.

Een bijdrage van Marie-Louise

woensdag 12 september 2007

On the buses

Dublin – Reclame maken in het openbaar vervoer is niets nieuws. Trams en bussen rijden door de straten met levensgrote advertenties op de zijkanten. De bekendste zijn nu de blauwe postbanktrams die door de randstad rijden. ‘Ellen’ en Jan Mulders doen dat nog eens over op tv.
Achterkantjes van Ierse bussen.

Ook in Ierland zagen we volop commercials in het openbaar vervoer. De bussen zijn daar bovendien allemaal dubbeldeks. Dat geeft de creatieve jongens en meisjes van de reclamebureaus extra advertentieruimte op de achterzijde van de bus. Net als de deuren heb ik er een paar bij elkaar gezet. Ik kon er niet zo veel fotograferen, want we zagen ze meestal alleen maar voorbij komen. Maar de paar die ik kon vastleggen, geven toch een aardig idee.

dinsdag 11 september 2007

The Doors of Dublin

Dublin – In elk boek of folder over Dublin tref je wel een foto met enkele van de beroemde kleurige voordeuren van de Ierse hoofdstad. We zagen ze met name in het stadsgedeelte ten zuiden van de rivier de Liffey bij de zogenaamde ‘Georgian town houses’. Hoe komt het nu dat de huisdeuren in dit stadsgedeelte zo kleurig zijn. Er doen hierover meerdere versies de ronde. De mooiste hoorde ik van de buschauffeur die ons door de wijk vervoerde. Hij vertelde dat de beroemde schrijver George Moore op het Ely-plein woonde direct naast een andere beroemde schrijver Oliver St John Gogarty. Beide heren waren, volgens hem, nogal excentriek en de buschauffeur beweerde dat Moore zijn deur groen liet verven om te voorkomen dat de dronken Gogarty steeds op zijn deur stond te bonzen als hij laat thuis kwam. Gogarty liet op zijn beurt zijn deur rood verven omdat de dronken Moore juist hem steeds lastig viel. Zo zou in deze wijk de gewoonte zijn ontstaan om de voordeur te verven om de herkenbaarheid te verhogen. Een kleurrijk verhaal, maar helaas niet waar.
Ik heb een aantal van de door mij gefotografeerde deuren bij elkaar gezet. Het vormt een kleurrijk geheel.

George Moore was juist een nogal matig mens. Hij dronk slechts een glaasje wijn bij het diner, maar verder gaf hij geen geld uit aan drank. Belangrijker is het om te weten dat het huis van George Moore en van zijn buren was gebouwd in de Georgian stijl en dat de gevels moesten voldoen aan strikte bouwvoorschriften van de overheid. De huizen leken daardoor erg op elkaar. In een poging om toch iets van elkaar te verschillen, schilderden de bewoners van het Georgian deel van Dublin hun voordeuren in sprekende kleuren. Rood was heel populair om dat het duurzaam was. Ze brachten verder glanzende koperen deurkloppers en mooie lampen aan. De huidige bewoners handhaven nu deze kleuren en versieringen omdat zo bij de huizen passen. Pas vanaf 1950 is het bij wet verboden om de kleur te wijzigen.

maandag 10 september 2007

Naar de kroeg op zondag

Delft – Het pand aan de Binnenwatersloot waarin nu Bierhuis De Klomp is gevestigd, is gebouwd in 1550. Ruim honderd jaar later, vanaf 1652, is het in gebruik als kroeg en worden er bier en andere alcoholische versnaperingen verkocht, volgens de huidige kastelein.
Dat betekent dat heel wat generaties Delftenaren hier hun dorst hebben gelest. Daaronder vast ook een aantal bekende. Ik veronderstel dat schilder Johannes Vermeer hier een hoekje had in de kroeg waar hij in alle rust – hij had veertien kinderen, een vrouw en een schoonmoeder thuis – genoot van een glas bier. Delft was toen met tweehonderd brouwerijen veruit de belangrijkste bierproducent van Holland. De Prinsenstad was niet alleen de grootste leverancier, maar leverde ook de beste kwaliteit bier. Het merendeel werd geëxporteerd, maar voor de bevolking van Delft was bier volksdrank nummer 1 en werd er van jong tot oud bier gedronken, omdat het "gezond" was. Wellicht dronken de schilders Jan Steen of Pieter de Hoogh hier ook hun een biertje en wetenschapper Antoni van Leeuwenhoek zal de kroeg ook wel gekend hebben.
Bierhuis De Klomp herbergt heel wat Delftse historie.

Bierhuis De Klomp zag er in zijn tijd van buiten wel anders uit. In de negentiende eeuw is de voorgevel namelijk vervangen door een eenvoudige lijstgevel. Maar van binnen is er niets veranderd, verzekert de student die hier in het weekend als barman wat bijverdient.
“Waar kan ik dat dan aan zien”, test ik zijn kennis van het etablissement.
De jongeman wijst omhoog en zegt: “Het balkenplafond rust nog steeds op de versierde laatgotische en renaissance consoles”. Hij heeft de geschiedenis van de zaak vast voor de Open Monumentendag - de reden waarom Corien & ik de kroeg op zondag bezoeken - uit z’n hoofd geleerd. Ik zie inderdaad spreuken op de balken staan.
Barman en kastelijn waren de enige mensen op deze vroege zondagmiddag.

De kastelein legt nu zijn krantje even weg en vult aan: ”Achter de toog bevindt zich onder het plafond een gewelfje waarop de stookplaats op de bovenverdieping rust”. Terwijl hij het zegt, wijst hij ernaar. Naast hem, aan de muur, hangen wat foto’s van het café uit de vorige eeuw.
”Er staan nogal wat kruiken op”, zie ik.
“Bierhuis De klomp was het laatste Delftse café waarin nog bier op ouderwetse wijze in kruiken werd geserveerd”, zegt hij vol trots.
“Jammer dat dat gebruik niet meer bestaat”, repliceer ik.
De kastelein knikt. “Er viel wel eens een kruikje. Als je de scherven van zo’n kruikje goed bekeek, zag je nogal wat residu. Dat was vroeger geen probleem, nu vinden we dat niet hygiënisch meer. We zijn er dus mee gestopt”, vervolgt hij zijn uitleg.
“Ik begrijp het, maar het blijft jammer”, antwoord ik.
Hij knikt: “Ach meneer, de moderne tijd. We moeten mee”. Je zou het niet zeggen als je hier achter een glas zit. Vermeer kan nog altijd zomaar binnen komen.

zondag 9 september 2007

De Liefde is goede keus


Delft – In Delft wonen we tussen de monumenten. De stad telt er bijna 1500. En dat aantal zal de komende jaren zeker nog toenemen, vooral met moderne monumenten. Dat is dan ook het thema van de Open Monumentendag van dit jaar: moderne monumenten, monumenten van de twintigste eeuw. Corien & ik maakten voor zaterdag een keus uit het rijke aanbod van het speciaal voor Delft ontworpen programmaboekje over de Monumentendag. Veel van de oude monumenten kennen we natuurlijk. Het Meisjeshuis, Het Wapen van Savoyen, de Kamer van Charitaten, De Oud-katholieke kerk, de Nieuwe en de Oude Kerk, Stadsherberg De Mol en de St. Huybrechtstoren zijn slechts enkele van de vele oude bekenden die ook dit jaar weer in het boekje stonden. We kozen dit jaar voor Pakhuis De Liefde aan de Scheepmakerij.

Pakhuis De Liefde maakte onderdeel uit van het voormalige complex van de olieslagerij van de fa. Vliegenthart.

We zien het als we naar de stad fietsen liggen aan de overkant van het water, maar brachten er nog nooit een bezoek. Dit was onze kans. Het pakhuis is gebouwd in 1898 als onderdeel van de olieslagerij (later vernis- en lakfabriek) van de firma Leen Vliegenhart. Het in neo-Hollandse renaissancestijl ontworpen pakhuis was oorspronkelijk bestemd voor de opslag van raapzaad voor raapolie en lijnzaad voor lijnolie. Ook stonden hier de vaten en blikken met geproduceerde olie. De houten vloeren moesten een flinke last kunnen dragen. Het gebied rond de Kolk en het gedeelte van de Schie nabij de oude binnenstad van Delft heeft geleidelijk de handels- en bedrijfsfunctie verloren. Daarvoor in de plaats is de woon- en kantoorfunctie gekomen. Het pakhuis De Liefde is een van de weinige gave overblijfselen, die aan de vroegere bedrijvigheid herinneren.

De houten verdiepingsvloeren worden in het midden ondersteund door een onderslagconstructie met een gewalste ijzeren I_balk op gietijzeren kolommen.

Het is alleen niet meer in gebruik bij een olieslagerij, maar bij een modern architectenbureau. Zij hebben het in 2006 na restauratie en gedeeltelijke verbouwing in gebruik genomen als kantoor en ontwerpstudio. Annelies, een medewerkster van dit bureau, ontving ons zaterdagmorgen. Zij wist veel over de historie van het pand te vertellen. Op een tekening liet ze zien dat het gebouw een rechthoekige plattegrond, drie bouwlagen en een zolderverdieping heeft. Annelies wees ons op de houten balklagen.
“Die worden in het midden ondersteund door een onderslagconstructie, met gewalste ijzeren I-balken op gietijzeren kolommen”, vertelde ze erbij. In de buitengevel zag ik dat de invloeden van de neo-Hollandse renaissancestijl zichtbaar worden in de geleding van de gevel door de aanwezigheid van speklagen, zandstenen aanzet- en sluitstenen inde hanekamen boven de gevelopening. De opbouw van de schoudergevel is prachtig symmetrisch.

 Over het uitzicht heeft niemand te klagen.

We besloten ons bezoek in de vergaderkamer op de zolderverdieping – voorzien kapconstructie met houten Philibertspanten. Hier heb je een prachtig uitzicht op Delft. Vermeer schilderde hier – zij het van de andere kant van het water – zijn ‘Gezicht op Delft’. De huidige gebruikers van het pand zullen er ongetwijfeld net zo van genieten als hun zeventiende-eeuwse stadgenoot indertijd.
De Liefde bleek een goede keus op deze Open Monumentendag.

zaterdag 8 september 2007

At second glance


Dat is ODD.Ennistymon – We waren op weg naar de watervallen van Ennistymon. Plots hield Corien de pas in en wees me op een winkeltje.
“At second glance blijft het toch ODD”, grapte ze tegen me. Inderdaad moest ook ik twee keer kijken. Toen pas zag ik dat de veelgelezen internetsite ODD ook in Ierland was doorgedrongen. Het bord zag er wat verveloos uit, maar dat mocht de pret niet drukken. Er stond duidelijk ODD.
Ik begreep alleen niet waarom er sprake was van sokken in relatie tot de familiesite ODD.
Om antwoord te krijgen op deze dringende vraag, stapte ik de winkel binnen en vroeg aan de grijsaard achter de toonbank: “Wat is ODD ?”
De man keek me lang zwijgend aan.
Hij had kennelijk de indruk dat ik heb voor het lapje hield.
Uiteindelijk antwoordde hij: “Odd is differing in nature from what is ordinary, usual or expected”.
Nu was het mijn beurt om even nadenkend te zwijgen. Ik stelde mijn vraag opnieuw, maar nu wat langzamer en duidelijker gearticuleerd. Het was kennelijk een buitenlander. Ik maakte de man duidelijk dat ik de relatie tussen odd en sokken wilde weten.
Nu kwam zijn antwoord veel sneller. Zij gezicht lichtte helemaal op toen hij zei: “Being part of a pair, set or series of which the rest is lacking, that is odd”.

Els ontdekt ODD in Ierland.

Toen ik hem daarna vroeg of hij dan alleen linker sokken verkocht, lachte hij luid, knikte en wees op een grote bak met linker sokken.
“Ze zijn nog heel bruikbaar om je mobiele telefoon in te verpakken”, grijnsde hij.
”Ja dat is odd”, gaf ik nu toe.

vrijdag 7 september 2007

Zo gaat dat


Stiphout – “Waar je mee omgaat wordt je mee besmet”, “De appel valt niet ver van de boom” of “Zo moeder, zo zoon”. Hoe je het ook noemt, het gaat allemaal op. Paardrijden is de grote hobby van Saskia en je behoeft haar zoontje Karsten daarom niet uit te leggen waar zo’n cap voor dient.
Hij gaat regelmatig met zijn moeder mee naar de manege. Terwijl zijn moeder dan op haar paard Bobby rijdt, stapt de kleine man door de manege. Hij kent de paarden en weet waar al de attributen voor zijn die hij daar ontwaard. Het is dus niet zo gek dat hij thuis eens even wilde oefenen.

Karsten rijdt op Sietske door de huiskamer.

Karsten zag de cap van mamma liggen en wist zus Sietske in de rol van het paard te krijgen. Geduldig stapte Sietske met haar broer op de rug door de kamer. Gelukkig voor haar lag het zweepje van Saskia niet in de kamer, want onze kleinzoon ging helmaal in zijn rol op. Het ging steeds sneller en het tweetal had reuze schik in het paardenspel. Zelfs de onvermijdelijke val was rede voor grote hilariteit. Meteen daarna klom hij weer op de rug van zijn ‘paardje’ en galoppeerde hij op de rug van Sietske door de kamer. Dat had hij vast ook in de manege gezien: na een val klimt de onfortuinlijke ruiter meteen weer in het zadel. Zo gaat dat in de manege.

Klik voor een foto van de rit en de duikeling en het opkrabbelen hier, hier of hier.

donderdag 6 september 2007

Zon, zee en plakwerk


Delft – Als Saskia met de kinderen bij ons logeert, proberen we meestal om een dagje Scheveningen in te plannen. Dat lukt niet altijd, maar vaak wel. Van Benthe en Sietske was bekend dat het strandliefhebbers zijn, maar ook Karsten ontwikkelt nu een voorliefde voor de zee, het strand en de schelpen.

Geconcentreerd zijn Sietske en Benthe bezig om hun houten doosjes te versieren met schelpen.

Want schelpen verzamelen is op het starnd een populaire bezigheid. Je kunt er heel mooi de zandkastelen mee versieren op het strand. Aan het eind van het strandbezoek gaan de schelpen mee naar huis. In een speciaal daarvoor meegebracht emmertje nemen we na zo’n dagje de schelpenoogst mee terug naar Delft. De grote vraag is bij thuiskomst natuurlijk altijd: Wat moeten we er nu mee.


Weggooien is natuurlijk geen optie. De schelpen worden dan ook altijd meegenomen naar Brabant. Zo gebeurde het ook bij het laatste bezoek vorige maand. Saskia heeft de opbrengst van die laatste stranddag ditmaal creatief gebruikt. Ze kocht voor de kinderen houten doosjes. Die werden door Benthe en Sietske netjes beplakt met de door hen gevonden schelpen. Toen we onlangs bij hen thuis waren, toonden ze ons trots het resultaat van hun plakwerk.

woensdag 5 september 2007

Scholieren kunnen nooit winnen


Premier Balkenende.Delft – Heeft premier Balkenende gelijk als hij zegt dat de Nederlandse scholieren te snel tevreden zijn met zichzelf. Nederlanderse leerlingen zijn volgens hem al blij als het een resultaat een voldoende is. De premier vindt dan ook dat het Nederlandse onderwijs op een hoger peil moet worden getrokken. Hij zei gisteren bij de opening van het academisch jaar van de Wageningen Universiteit: “Het Nederlandse hoger onderwijs scoort internationaal gezien niet goed. Ook blijkt dat het aandeel hoger opgeleiden in Nederland lager is dan dat in een aantal andere rijke landen.”

Een dergelijke stimulans hebben de scholieren in Engeland niet nodig. De middelbare scholieren in Engeland – inderdaad de generatie die te veel eet, te veel drinkt, te veel bijverdient en te veel uitgaat - doen het beter dan ooit. Het slagingspercentage is maar liefst 96,9 procent. Dat is dit jaar opnieuw een record. Een op de vier haalde één of meerdere A-grades, de hoogste cijfers, één op tien haalde liefst drie A-grades - voldoende om tot de topuniversiteiten van Oxford en Cambridge te worden toegelaten.
Alle reden dus om tevreden te zijn. Maar ook in dit land wordt er geklaagd. De universiteiten zijn niet blij dat zoveel jongeren hoge cijfers halen. Het maakt het voor hen onmogelijk om de echte bollebozen te selecteren. Daar hebben ze nu iets op gevonden. Er wordt op de middelbare scholen een nieuwe zwaardere hoogste graad geïntroduceerd: A*-grade. Je ziet ook hier is er dus wat te klagen. Als je het slecht doet, heb je geen VOC-mentaliteit, maar als je het goed doet, dan zijn de examens te makkelijk. Scholieren kunnen nooit winnen.

De derde plaats


Ennistymon – Op weg naar de Cliffs of Moher stopten we vorige week onderweg in het plaatsje Ennistymon om te lunchen. Els maakte me daar attent op een pub met de mooie naam Eugene’s. Ze zag aan de gevel van de pub een groot koperen bord waarop stond vermeld dat deze pub ooit de ‘James Joyce Pub Award’ had gewonnen. De reden van de prijs stond er ook op vermeld: “for being an authentic Irish pub”. Ik las ook een citaat daarbij uit de Ulysses dat meer informatie zou moeten verschaffen over de oorsprong van deze prijs. “A good puzzle would be to cross Ireland without passing a pub”. Ik weet niet waar daar dat citaat precies staat in het boek, maar waar is het zeker wel.

 Eugene’s  remains an outstanding example of the tradition which Joyce immortalised in his works and is an authentic Irish pub which retains a genuineness of atmosphere, friendliness and presence of good company.

De tekst op het bord suggereert dat het beroemde boek van James Joyce ruimschoots over het leven in de Ierse pubs gaat. Er staat namelijk verder op het bord “James Joyce identified and described the characteristics ambience of the Irish pub so successfully that the characters in Ulysses may be fictional, but they are based on a multitude of living beings, characters who Joyce found in pubs just like Eugene’s”. Ik vertelde gisteren al dat iedereen het boek van deze beroemde zoon van Ierland wellicht kent, maar weinigen het helemaal hebben gelezen. Want waar gaat het boek nu eigenlijk over? In Ulysses beschrijft James Joyce een dag uit het leven in Dublin gezien door de ogen van een Joodse advertentieverkoper.

An authentic Irish Pub.

De beschrijving van het leven in de pub is niet een van de dingen waardoor het zo bekend en beroemd is. De roman uit 1922 wordt beschouwd als een van de invloedrijkste boek omdat Joyce in zijn roman alle toentertijd geldende schrijfregels overboord zette. Het boek was overigens jarenlang verboden in de Angelsaksische landen want het feit dat Joyce herhaaldelijk expliciet aan seks refereert, werd niet bepaald gewaardeerd. Dus misschien bestaat er ook wel zoiets als the James Joyce Brothel Award. Ik vond het in ieder geval curieus om te zien dat er een pub award is met zijn naam. Dit jaar organiseerde de Engelse krant The Guardian de verkiezing van het minst gelezen boek ooit. De Ulysses van James Joyce eindigde in de toptien op een royale derde plaats.

dinsdag 4 september 2007

“I beg your parsnips”


Iedereen kent James Joyce, niemand heeft zijn boek gelezen.Dublin – De schrijver James Joyce werd op 2 februari 1882 geboren in een aanvankelijk rijke katholieke familie in de hoofdstad van Ierland, Dublin. Hij studeerde literatuur aan het University College in zijn geboortestad. Toen hij zijn studie in 1902 had afgesloten, besloot hij om schrijver te worden. Twee jaar later verhuisde hij met zijn kamermeisje en toekomstige echtgenote Nora Barnacle naar Triëst in Italië. Hij zou er tien jaar wonen. De komst van de Eerste Wereldoorlog dwong hen te verhuizen naar Zürich in het neutrale Zwitserland. Als de oorlog voorbij is, woont hij vanaf 1920 in Parijs. Als er opnieuw oorlog dreigt met Duitsland probeert hij in 1939 opnieuw naar Zürich te gaan. Hij krijgt daarvoor pas in december 1940 toestemming. Hij heeft maar kort in de stad gewoond, want hij overlijdt een maand later aan een maagzweer. Ondanks het feit dat hij niet in Ierland wilde wonen, speelt zijn hele oeuvre zich wel af in Dublin. Op de vraag waarom hij niet in Ierland woonde en gaf hij steevast het antwoord: "Heb ik het ooit verlaten?"

Twee maal het standbeeld van de beroemde Ierse schrijver James Joyce.

De schrijver van o.a. ‘A Portrait of the Artist as a Young Man', ‘Ulysses’ en ‘Finnegans Wake’ is inderdaad alom tegenwoordig in Ierland en Dublin. Pubs zijn naar hem vernoemd, straten en pleinen dragen zijn naam en overal vind je standbeelden van de wereldberoemde schrijver. In Dublin zagen we in het hart van de stad tegenover zijn beeld een levende versie daarvan veel publiek trekken. Ik vraag me af hoeveel mensen die nu op de foto gaan met het beeld hebben gehoord van zijn boek ‘Ulysses’. Niet veel en nog minder hebben het gelezen, vrees ik. Zelf had ik er nogal wat moeite mee. Het enige citaat uit het boek dat ik nog kan ophoesten is 'I beg your parsnips, says Alf'. Dat zegt veel.

maandag 3 september 2007

Het verhaal gaat door


Dublin – Een Irish High Cross is een Keltisch kruis. De monumentale stenen kruizen zijn een combinatie van een christelijk kruis met een cirkel. Er zijn er nog zo’n tweehonderd exemplaren in Ierland. Het kruis is het karakteristieke symbool van het Keltische christendom. Het is een samenvoeging van het Christelijk kruis met een heidens zonnerad. Ze staan voornamelijk bij vroege kloosters en nemen daar vaak een centrale plaats in. De Ierse kruizen zijn afgeleid van soortgelijke kruizen in Engeland en Schotland, waarmee de Ierse kerk nauwe banden had. De kruizen zijn gemaakt van een of meerdere stenen blokken. We bezochten de tentoonstelling over the Irish High Cross in het National Museum of Ireland. Het Keltische christendom (hier in Dublin heet het Ierse christendom) is een religieuze beweging die is ontstaan op de Britse eilanden en Ierland. Deze zelfstandige vorm van christendom is blijven bestaan tot de twaalfde eeuw.

Corien bij the Tall Cross. Dit negende eeuwse Iers Kruis is het hoogste van Ierland en staat bij Monasterboice inCounty Louth.

Corien & ik maakte er voor het eerst kennis mee tijdens een bezoek aan Glastonbury in Engeland. Het verhaal gaat daar dat Jozef van Arimathea al in de tijd van Jezus, handelscontacten had met het Engelse graafschap Cornwall. Hij importeerde daarvan tin in Palestina. Na de dood van Christus zou hij, met een aantal getrouwen, zijn geëmigreerd zijn naar Glastonbury, waar hij een kerk bouwde. Hier zou een christendom zijn ontstaan, dat helemaal onafhankelijk was van het Romeins-Katholieke christendom. We ontdekten daar dat dit christendom in goede verstandhouding leefde met de daar heersende cultuur van de druïden. De Keltische monniken namen zelfs de tonsuur van de druïden over. Hierbij werd de voorkant van het haar van oor tot oor kaal geschoren, terwijl de haren op het achterhoofd lang werden gelaten.

Irish High Crosses.

Nu zien we hier in het National Museum of Ireland op welke manier de High Crosses de leer van dit Ierse christendom door vertellen aan de ongeletterde bevolking van die tijd. We zien voorstellingen op de kruizen uit zowel het oude als het nieuwe testament. Mooi om te zien dat het verhaal doorgaat.

zondag 2 september 2007

Aansporing


De Mortel – Marie-Louise & Piet hebben de drukte rond de bouw van hun nieuwe huis in De Mortel even achter zich gelaten voor een vakantietrip langs de Rijn. Ze trekken met een camper wat rond in Duitsland. Als ze terug zijn van hun vakantietrip willen ze de datum prikken voor de door hen georganiseerde reünie.

Bas zien we ook weer op de reunie. Jullie komen toch ook.

Helaas hebben ze nog niet van iedereen een berichtje terug gekregen. Vandaar deze aansporing om hen even te berichten. Dan weten we snel op welke zaterdagmiddag we elkaar zien.

zaterdag 1 september 2007

De onvermijdelijke groepsfoto


Helmond – Gisteren vierde Saskia haar verjaardag. Dat betekent dat bijna de hele dag en avond familie en vrienden binnen vallen met in hun kielzog hun kroost. Het werd dan ook reuze gezellig. De kleinkinderen vermaakten zich kostelijk in de tuin.

v.l.n.r. Sietske, Emma, Dieuwertje, Nienke, Abel op schoot bij Benthe. Karsten staat er achter.

Toch komt er aan het eind van zo’n vast wel vermoeiende feestdag onvermijdelijk het moment dat opa roept: “Nu nog even een groepsfoto van de kleinkinderen.” Aangemoedigd door de diverse mama’s en papa’s doet het nageslacht dit braaf.

vrijdag 31 augustus 2007

Book of Kells


Dublin – Het hoofdgebouw van het Trinity College Library is recht tegenover het gebouw waarin wij logeren. Een bezoek aan deze onderzoeksbibliotheek, één van de grootste in de wereld, ligt dus voor de hand. Trinity College Library heeft de grootste collectie manuscripten en boeken in Ierland. De bibliotheek omvat bijna drie miljoen boeken en is gehuisvest in acht gebouwen.

Ontbijten deden wij tussen de studenten.

De bibliotheek bestaat sinds de stichting van het Trinity College in 1592. The Old Library waar wij vanuit onze kamer op kijken is het oudste. Het werd gebouwd tussen 1712 en 1732. Het pronkstuk van de middeleeuwse collectie manuscripten is zonder twijfel het Book of Kells uit ca. 800. Het is een evangelieboek dat is gebonden in vier aparte delen, zodat de schitterend versierde pagina’s en tekst naast elkaar kunnen worden bekeken.

De voorzijde van de Old Library, waarin ook de Long Room is.

Ad en ik namen woensdagmorgen na ontbijt een kijkje bij dit beroemde manuscript. We bekeken ook de belangrijke boeken van Durrow (ca. 700) en Armagh (ca. 800), waarvan het laatste veel informatie verschaft over Ierlands beschermheilige St. Patrick. De bijbehorende tentoonstelling leverde ons heel wat belangrijke informatie op over het boek en de vervaardiging ervan. Helaas mochten we – om heel begrijpelijke redenen – in de zaal waar de boeken lagen geen foto’s nemen.

Ad op de ondersteunende tentoonstelling.

Zodra je in de Long Room komt – waar helaas ook niet mag worden gefotografeerd – ga je bijna als vanzelf op fluistertoon spreken. In de Long Room met zijn gigantische houten tongewelven waar de kostbaarste boeken worden bewaard, kwamen voor ons toonaangevende schrijvers zoals Jonathan Swift, Oscar Wilde, Bram Stoker en Samuel Beckett. Dat niet iedereen onder de indruk raakt van deze historie demonstreerde een bejaarde Amerikaanse toerist. Hij zag mij peinzend de ruimte in staren en veronderstelde daarom dat ik bij het personeel hoorde. “Hoe kun je nu een boek helemaal boven van zo’n plank halen”, vroeg hij me.
”Met een trapje”, antwoordde ik hem, wijzende op de laddertjes die daarvoor aanwezig waren. “Ok”, antwoordde hij en verliet de zaal. In meer was hij niet geïnteresseerd.

donderdag 30 augustus 2007

Het verhaal van Ad


Bunratty – Na Sander, Saskia, Saskia, Nienke, Corien & ik heeft nu ook Ad een eigen fotosite. Dat kon natuurlijk niet uitblijven. Hij keerde woensdag avond terug uit Ierland met honderden foto’s. Het zou toch doodzonde zijn als die alleen maar voortleefden op zijn harde schijf.


Verbazing om arrestatie, originally uploaded by AD beelding.
De foto hierboven maakte Ad op het Bunratty Castle and Folk Park. Het is het moment waarop Corien wordt ‘gearresteerd’ door de op het park surveillerende diender. Zijn foto vertelt het hele verhaal. Els slaat verbouwereerd de hand voor de mond, Corien lacht en heeft plezier en ik maak een foto van haar. Dat hele tafereel heeft Ad vastgelegd. Het is een hele leuke plaat geworden. Ad ziet kans om met een foto een heel verhaal te vertellen. Veel van zijn foto’s vertellen zo'n een verhaal. Klik er maar eens heen.

woensdag 29 augustus 2007

”One of us has to go”


Dublin – Een van de beroemdste zonen van de hoofdstad van Ierland is ongetwijfeld Oscar Wilde. De schrijver werd hier op 16 oktober 1854 geboren. Hoewel hij het grootste deel van zijn leven in Engeland heeft gewoond, wordt hij in zijn geboorteplaats nog steeds geëerd. Iedereen kent hem en kan hem citeren. Een buschauffeur vertelde ons toen wij zijn standbeeld in het park passeerde spontaan zijn beroemde laatste woorden.

Het beeld dat Danny Osborne in 1997 maakte van Oscar Wilde hier.

Wilde is op 30 november 1900 overleden in het Parijse Left Bank Hotel. Het behang in die kamer vond De Ierse schrijver kennelijk niet mooi. Op zijn sterfbed waren dan ook zijn laatste woorden: “My wallpaper and I are fighting a duel to the death. One or the other of us has to go.” Overigens is de kamer, volgens mijn Ierse buurman in de bus, later wel opnieuw behangen. Ik vond het een leuk idee om te logeren in Trinity College. Wilde studeerde hier van 1871 tot 1874 klassieke talen aan. Wilde schreef niet alleen romans en gedichten. Hij schreef ook toneelstukken. Een daarvan is ‘The picture of Dorian Gray’ dat hij schreef in 1891. Een bekend citaat uit dit stuk is "De enige manier om van een verleiding af te komen, is eraan toe te geven." Dat citaat is helemaal van toepassing op onze reis naar dit groene eiland. Het stond al een tijdje op ons lijstje en de enige manier om er vanaf te komen, was er heen te gaan.

Wij bij het beeld van Oscar Wilde in het Merrion Square Park.

Els stelde gistermiddag voor om op ons voorlaatste dag in de Ierse hoofdstad even een kijkje te nemen bij het beeld van Oscar Wilde in het Merrion Square Park. Het beeld van de kunstenaar Danny Osborne staat daar pas sinds oktober 1997. Het blijkt een schot in de roos. Toeristen hebben sinds die tijd het beeld in hun hart gesloten. Ook wij schaarden ons daar graag bij.

maandag 27 augustus 2007

Home made at Bunratty


Bunratty – Zondag namen we een kijkje in het verleden. We deden dat in Bunratty kasteel. Het huidige kasteel, het laatste in een reeks van kastelen op deze plaats, dateert van 1425. Het was in de 16de en 17de eeuw een belangrijke vesting voor de graven van Thomond. We wandelden op ons gemak door de geheel ingerichte zalen en kamers van het kasteel. Daarvoor bezochten we het Bunratty Folklore Park.

Home made.

Dat is een soort openlucht museum waarin de huizen en het landschap van Ierland van meer dan duizend jaar geleden zijn gereconstrueerd. Boerderijen, dorpswinkeltjes, dorpsstraten en grote huizen met een formele Regency tuin. Alles is ingericht en aangekleed zoals het er toen moet hebben uitgezien. We zagen in een van de keukens van de huizen op welke manier de dames scones en appeltaart – die overigens heerlijk smaakten, ontdekten we later, – maakten. Dat waren nog de echte ‘huisgemaakte’ producten.

Gearresteerd voor …...

Overal zagen we dames en heren uit die periode hun ambacht uitvoeren. Ook de politieagent ontbrak niet. Zodra hij meende dat een van de bezoekers iets uithaalde dat niet in de haak was, trad hij op. De handboeien en de gummiknuppel had hij daarbij altijd paraat.
Het zorgvuldig gerestaureerde kasteel met zijn drie verdiepingen en vier kolossale hoektorens was het volgende bezoek dat we aflegden. Het interieur uit van het kasteel stamt bijna geheel uit de late middeleeuwen. Het enige dat niet uit die tijd stamt, zelfs niet van oorsprong Iers is, is het personeel. Dat komt net als in de pub, het hotel, het restaurant en de winkel uit Polen.

zaterdag 25 augustus 2007

”Oh Blarney”


Cork – Een paar kilometer ten noordwesten van Cork ligt Blarney Castle. De belangrijkste attractie van dit kasteel uit 1446 is een groot blok steen dat in de muur is bevestigd op de bovenste verdieping van het kasteel. Het is de Blarney Stone en deze steen heeft van het plaatsje Blarney een toeristisch centrum gemaakt. Hoe en waarom de steen daar zit, werd me niet duidelijk. Wel werd helder dat het de bedoeling is dat je de steen kust. Dat kan echter alleen als je ruggelings achterover over de rand van de bovenste verdieping hangt.

Blarney Castle.

Deze halsbrekende toeren zijn de moeite waard, want de legende wil dat deze kus je de gave van het woord geeft. Daar zijn inmiddels al heel wat mensen voor omhoog geklommen. Door de eeuwen heen is de steen niet alleen gekust door gewone stervelingen zoals jij en ik. Alle Amerikaanse presidenten kusten de steen. Winston Churchill kuste de steen. Bing Crosby kuste de steen. De lijst van beroemde kussers is heel lang. Ik vond het opvallend dat juist veel Amerikanen hier op hun rug gaan om de steen te kussen.

Els kust de steen.

The Virgin Queen Elisabeth I is verantwoordelijk voor de naam van de steen. Zij wilde land hebben van de toenmalige kasteelheer MacCarthy. De beste man kende de reputatie van de koningin en wilde het niet botweg weigeren, maar wilde zeker ook niet voldoen aan de wens van de koningin. Hij bleef eindeloos door praten. Hij draaide uiteindelijk zolang om de hete brei heen, tot de koningin uitriep: ”Oh, Blarney”.

Corien kust de steen.

Sindsdien betekent het woord zoiets als mooipraterij. De uitdrukking ‘he has kissed the Blarney stone’ betekent ‘hij kan goed vleien’. Verwar blarney overigens niet met baloney (flauwe kul). Balony is als je een vijftigjarige vrouw zegt dat ze er uitziet als een vrouw van achttien. Blarney is als je een vrouw vraagt hoe oud ze is, omdat je graag wilt weten op welke leeftijd een vrouw het mooist is.

Frans kust de steen.

Zoals je op de foto's ziet, namen wij het zekere voor het onzekere en klommen naar boven om de steen te kussen. Je moet er wat voor over hebben om de gave van het woord te verkrijgen, dan wel te behouden.

vrijdag 24 augustus 2007

De Ogham Stones


Cork – Op de University College Cork (UCC) studeren ongeveer net zoveel studenten als op de Technische Universiteit van Delft. Ook hier zijn studenten uit vele tientallen verschillende landen. Daar houdt de overeenkomst overigens wel zo’n beetje op. De UCC is gesticht in 1845. Twee jaar later is ook ‘ The Quad’ ,zoals ze ‘the Main Quadrangle’ hier liefkozend noemen, ontstaan. De Quad en de gebouwen erom heen zijn opgetrokken in een gotische stijl die je zowel perpendicular als Tudor of Victoriaans zou kunnen noemen.


University Collece Cork, originally uploaded by Odddutch.

Wij wandelden er donderdagmorgen – heel zachtjes want overal maakten bordjes duidelijk dat de examens aan de gang waren – tussen de studenten. De universiteit is wellicht het bekendst vanwege professor George Boole (1849 – 1864). Deze wiskundige ontwikkelde Boolean Algebra. Daar ging onze interesse echter niet naar uit. Wij kwamen voor de unieke collectie Ogham Stones in een van de gangen van de gebouwen. Die kwamen we bekijken.


The Ogham Stones Collection, originally uploaded by Odddutch.

Of het om grafstenen of grenspalen gaat is niet duidelijk. De stenen zijn gegraveerd ergens tussen het midden van de vijfde en de zevende eeuw. De tekst op de steen bevat gewoonlijk slechts de naam van een man en vertelt verder wiens zoon of afstammeling de drager van de naam was. Het Ogham alfabet bestaat uit 20 karakters, die weer in groepjes van vier of vijf karakters bij elkaar horen. De teksten beginnen links onderaan op de rand van de steen, gaan dan boven en dalen aan de andere zijde van de steen weer omlaag. Je leest de tekst, die in de rand van de steen is gegraveerd, dus met de klok mee. Met behulp van een computer kon je een tekst vertalen in Ogham.