woensdag 11 augustus 2004


Zelfportret


Corien bij een ingang van het Fitzwilliam museum in Cambridge.Cambridge – Op vakantie bezoeken veel mensen kerken en musea. Wij zijn daarop geen uitzondering. Zeker als we weten dat er enkele Hollandse meesters hangen, stappen we een museum binnen. We wandelden daarom deze zomer het monumentale gebouw van het Fitzwilliam museum in Cambridge binnen. Richard, de zevende burggraaf Fitzwilliam schonk bij zijn dood in 1816 zijn omvangrijke collectie schilderijen, tesamen met een fors geldbedrag, aan de universiteit. In 1835 ging het museum open. De collectie bestond uit bijna 250 schilderijen van Hollandse en Vlaamse meesters. In de loop der eeuwen is de collectie verder gegroeid. Het museum heeft nu een van de mooiste collecties in Groot-Brittannië. Nadat ik uitgebreid had stilgestaan bij de schilderijen van Frans Hals, Jan Steen en Rubens, slenterde ik verder door de zalen met kunstwerken. Corien bleef achter. Ze was in gesprek met twee dames van het museum. Al dwalend kwam ik in een zaal met werken van de Engelse kunstenaar uit de vorige eeuw Stanley Spencer. Ik was helemaal alleen in de enorme zaal. Ik ging van schilderij naar schilderij en kwam zo oog in oog een met een zelfportret van de kunstenaar samen met zijn tweede vrouw Patricia Preece.Klik voor een vergroting op de kleine foto van Self Portrait with Patricia Preece, 1937 Ik keek naar het magere gedraaide nekje, de slungelige bos haren en het brilletje. Ik schoot in de lach. De gelijkenis was zo overduidelijk. Hoe langer ik keek, hoe leuker ik het vond. Ik schaterde het uit door de stille zaal. Corien kwam geschrokken aangerend, direct gevolgd door de twee middelbare dames van het museum waarmee ze in gesprek was.
”Wat is er zo leuk?” vroeg ze verbaasd.
Ik wees op het schilderij.
”Kijk eens”, hikte ik, ”Dat is toch sprekend…”. Verder spreken was bijna niet mogelijk. Het schilderij in deze deftige zaal van het museum werkte enorm op m’n lachspieren. Corien keek enigszins verbaasd naar het schilderij en daarna licht bezorgd in mijn richting. Ook de twee dames van het museum stonden nu licht hijgend naast me. We keken alle vier naar het zelfportret. Plotseling ging er bij een van de museumdames een lichtje branden.
"Harry Potter", riep ze triomfantelijk terwijl ze op het portret wees. De dames lachten nu ook.
Corien keek me met wijdopengesperde ogen aan.
"Moet je dààr zo om lachen?"
Ik hikte, verborg m’n gezicht achter een zakdoek en zonk neer op de ronde bank in het midden van de zaal. Inmiddels waren er ook bezoekers uit andere zalen op een drafje gearriveerd. Ze keken verwonderd naar het tafereel. De humor ontging ze volledig.
Ik mompelde:"Sorry" en verliet luid gniffelend de zaal.



Geen opmerkingen: