Hoort wie klopt daarPalma de Mallorca – In oktober 1994 begon de Spaanse koning Juan Carlos op het Plaça de la Reina samen met zijn gasten, het Japanse keizerlijke paar, aan een wandeling door het historische stadscentrum van Palma de Mallorca. Oktober is daar een goede maand voor, ontdekten Corien & ik vorig jaar en het is bovendien een goed beginpunt van een wandeling. Het is bovendien heerlijk nazomerweer in oktober. Ook wij liepen het traject dat bekend werd als ‘La Ruta del Imperio del Sol’.![]() We kuierden net als het koninklijk gezelschap door de brede steeg met trappen, de Costade la Seu, naar het Almudainapaleis. “Waar zou de koning zijn Japanse gasten nu op gewezen hebben”, vroegen we ons af. Er is veel te zien, maar je verwacht van een gids met blauw bloed toch dat hij met iets komt dat nog niet in de reisgidsjes staat vermeld. Iets origineels. Wij sloegen onze reisgids dicht en keken helemaal blank om ons heen. Wij wilden zelf iets nieuws ontdekken. ![]() “Er wordt hier weinig aangebeld”, merkte Corien op. Ze wees op de vaak monumentale deuren langs de route. Nergens was een elektrisch deurbelletje te ontdekken. De deuren in Palma zijn bijna allemaal voorzien van een deurklopper. Het gerinkel van de deurbel heeft hier de klop op de deur nog niet verdreven. Nu we er op letten, zagen we deurkloppers in alle soorten, maten en kleuren. Niet alleen de beweegbare gietijzeren of koperen ring of klepel was voorradig. We zagen heel veel kloppers in de vorm van een handje. Een linkse of rechtse directe voor een dreun tegen de eikenhouten façade. Voor dat ik het wist, had ik een aardige hoeveelheid deurkloppers digitaal vastgelegd. Dat is een koninklijk idee voor een stadswandeling. Wie de meeste verschillende deurkloppers vastlegt, krijgt aan het eind van het seizoen een gratis overnachting van de lokale VVV in het Almudainapaleis. |
New York View from Summit One Vanderbilt
1 jaar geleden




Amsterdam – Banken in slecht vaarwater kregen van minister Bos een paar flinke zakken met geld. Geld dat bedoeld was om te kunnen blijven drijven. Nu blijkt dat met dat geld toch weer torenhoge bonussen zijn betaald aan de mensen aan de top. 













Iedereen – in ieder geval in Delft - kent het verhaal van de schilderijen. In 1669 werd de nalatenschap van de Delftse boekverkoper Jacob Dissius geveild. Daarin bevonden zich maar liefst 21 schilderijen van zijn stadgenoot Johannes Vermeer. In die tijd al een erg populair kunstschilder. De Amsterdamse koopman Isaac Rooleeuw kocht de twee duurste werken: 'Het melkmeisje' en 'De dame met de weegschaal'. Ze hingen vijf jaar naast elkaar in zijn huis op de Nieuwendijk in Amsterdam, totdat Rooleeuw failliet ging en de werken opnieuw verkocht werden. Aanvankelijk blijven de schilderijen van de twee jonge meisjes met een wit kapje in Amsterdam. Het Melkmeisje komt uiteindelijk in de collectie van het Rijksmuseum te recht. De dame met de weegschaal belandt in Washington. Voor het eerst sinds tweehonderd jaar zijn zij weer verenigd. Ze hangen samen met de drie andere Vermeers uit de collectie van het Rijksmuseum: De brieflezende vrouw, De liefdesbrief en Gezicht op huizen in Delft (‘Het straatje’).




Delft – Toen iemand mij onlangs in Helmond vroeg waar ik mijn petten koop, bleek dat zij het merk niet kende. Ik heb mijn hoofddeksels gekocht bij een zaak van fcuk. Ik begrijp dat dit enige toelichting vereist. 








Delft – Vanavond wordt om halfzeven eetcafé Moodz 




Helmond – Als je wilt weten hoe het er ooit aan toe ging in Helmond, hoe het is veranderd of hoe het nu nog steeds is, ga dan naar de tentoonstelling Kie(k) naw in de dependance van het Gemeentemuseum in de Boscotondohal aan het Frans Joseph van Thielpark. Dat kan nog tot juni.






